Er zijn buurtgenoten die je pas tegenkomt als je weet waar je moet kijken…
Wij mensen wonen hier niet alleen. We delen onze buurt met talloze dieren die leven in de natuur van de stad. Soms zie je ze, maar vaak merken we ze helemaal niet op. Toch zijn ze vlakbij.
Een goed voorbeeld is de vleermuis. In Utrecht leven ongeveer tien soorten. De meest voorkomende soort is de gewone dwergvleermuis. Deze kleine vleermuis woont vaak in spouwmuren van gebouwen. Soms ook in speciale vleermuiskasten, zoals in Park Transwijk.
Vleermuizen gebruiken sonar om te navigeren en te jagen. Ze zenden voor ons onhoorbare geluiden uit en via echo’s kunnen ze obstakels en insecten lokaliseren. Zo kunnen ze als het ware “kijken” met hun oren. Het zijn echte muggen-eters, dat komt dus goed uit. Ze vliegen vooral ’s nachts, want overdag zouden roofvogels ze kunnen pakken. Alleen uilen vangen ’s nachts soms een vleermuis.
Een andere bijzondere buurtgenoot is de gierzwaluw. Van de ongeveer honderd soorten komt er maar één soort voor in Nederland. Ze eten, slapen en paren in de lucht. Alleen om te nestelen komt deze vogel op de grond. Van april tot augustus. Ook in Merwede en Transwijk. Dan komen ze vanuit Midden-Afrika naar Nederland. De gierzwaluw gebruikt kleine openingen in daken of muren om zijn nest te bouwen.
In Utrecht woont een hele oude gierzwaluw-kolonie. Al sinds de 15e eeuw broeden ze de Lutherse kerk aan de Hamburgerstraat. Gierzwaluwen zijn erg honkvast. Generatie op generatie komen ze terug naar dezelfde plekken. Om te voorkomen dat broedplaatsen verdwijnen, bijvoorbeeld bij renovatie-werkzaamheden, worden deze nesten zoveel mogelijk in kaart gebracht. En er worden in nieuwbouwwijken, zoals in Merwede, inbouw nestkasten in de gevels van woningen geplaatst. Natuur-inclusief bouwen noemen ze dat.
Een 3e wilde wijkgenoot is de egel. Deze kleine stekelige dieren eten insecten, wormen en slakken. In de herfst zoeken ze een plek met bladeren om te overwinteren. Ze laten zich niet zo snel zien, maar je zou ze wel kunnen horen. Ze maken vaak snurkende, puffende en snuffelende geluiden. Ze zijn vooral ’s nachts actief.
Het grootste gevaar voor egels is het verkeer. Daarom willen de gemeente Utrecht en de organisatie Utrecht Natuurlijk een speciale “egelsnelweg” maken, ook in Merwede en Transwijk. Ze willen Utrechters stimuleren om kleine openingen in hun schuttingen maken, zodat egels veilig van tuin naar tuin kunnen lopen. Zo kunnen ze voedsel of een schuilplek vinden zonder dat ze drukke straten moeten oversteken.
Dit verhaal kwam tot stand in samenwerking met Utrecht Natuurlijk. Op utrechtnatuurlijk.nl vind je meer informatie over vleermuizen, gierzwaluwen en egels in Utrecht.